Naast de energie-eisen stelt BENG ook een comforteis: de zogenoemde TOjuli. Doel is om oververhitting in nieuwbouwwoningen te voorkomen. Goede zonwering is daarbij belangrijk. Die kan bestaan uit traditionele materialen als screens en uitvalschermen, maar er is ook zogenoemde architecturale of structurele zonwering, die in het ontwerp kan worden geïntegreerd.
Oververhitting van woningen in de zomer is door de klimaatverandering een steeds vaker voorkomend probleem. Vooral in goed geïsoleerde woningen verdwijnt de warmte niet vanzelf uit de woning. Met een airco is dat probleem prima op te lossen, maar het energieverbruik daarvan staat haaks op de energiebesparing die we nastreven met de BENG- en voorheen de EPC-eisen.
Aan de BENG is om die reden de comforteis TOjuli toegevoegd, gebaseerd op de zomerwarmte van de maand juli. De berekening van TOjuli loopt mee in de andere BENG-berekeningen. De norm is gesteld op 1,2 Kelvin. Als de TOjuli hoger uitkomt dan 1,2, kun je kiezen voor een uitgebreidere, meer exacte berekening van het aantal temperatuur-overschrijdingsuren. Deze – arbeidsintensievere – GTO-berekening mag uitkomen op maximaal 450 overschrijdingsuren.

Referentiewoningen
Woningen voldoen over het algemeen niet zonder meer aan de TOjuli. Nieman Raadgevende Ingenieurs maakte voor Rockwool een aantal BENG-berekeningen voor de zogenaamde RVO-referentiewoningen. André Kruithof van Nieman Raadgevende Ingenieurs stelde in het webinar ‘BENG in praktijk’ dat de berekende hoekwoning 2,95 scoorde op TOjuli en de tussenwoning zelfs bijna 7. Niettemin was dat met zonwerend glas en/of zonwering heel snel terug te brengen tot de vereiste 1,2. Zonwerend glas bracht de TOjuli terug naar 1,16; zonwering zelfs naar 0,7. Waarbij zonwerend glas dan weer ongunstig kan zijn voor de energie-indicatoren van BENG, doordat dit ook buiten de zomer de warmtestraling van de zon beperkt. In BENG 1 zit zowel de koelbehoefte in de zomer als de warmtebehoefte in de winter. TOjuli leidt dus niet per se tot het aanpassen van het ontwerp; wel leidt het vaak tot de noodzaak van zonwering, zonwerende beglazing, zomernachtventilatie of andere maatregelen, die al in het ontwerp en bij de bouw moeten worden meegenomen.
Actieve koeling
Enige manier om aan de TOjuli te ontkomen is door het aanbrengen van actieve koeling. Dat kan onder meer met een luchtwarmtepomp met koelmodule of met een bodemwarmtepomp. Die laatste heeft meestal al genoeg aan het rondpompen van bodemwater, zonder dat de warmtepomp daarvoor in actie hoeft te komen. Ook airco’s vallen onder actieve koeling.
Het energieverbruik van pompen, warmtepomp of airco telt dan weer mee in de berekening van het primair fossiel energieverbruik (BENG 2). Vooral het gebruik van airco’s leidt tot een behoorlijke stijging hiervan. De bodemwarmtepomp is in dat opzicht ideaal, omdat hierbij voor koeling alleen de pomp hoeft te draaien. Daarbij helpt koelen ook nog eens om een betere bodembalans in stand te houden.
Overigens moet de koeling wel in alle slaap- en woonvertrekken op alle verdiepingen zijn aangebracht. Is dat niet het geval, dan wordt de woning opgedeeld in verschillende rekenzones. Voor rekenzones waarin geen koeling is aangebracht, moet alsnog de TOjuli worden uitgerekend.


Praktijkervaring
Vanuit oogpunt van energiebesparing blijft zonwering – in combinatie met zomernachtventilatie, waaronder ook WTW met bypass – dus de beste optie om oververhitting in de zomer te voorkomen. Of dat in alle gevallen voldoende is, zal de praktijk moeten uitwijzen. Zelfs een fervent voor stander van zonwering en zomernachtventilatie als Nicolaas van Everdingen van Plushuis is in dat opzicht inmiddels overstag gegaan. In een blog op LinkedIn liet hij weten dat bij een langdurige hittegolf met warme nachten, zoals in 2018 en 2020 het geval was, de warmte niet meer te keren was. “Mijn ervaringen maken dat ik in alle tegenwoordige ontwerpen ‘ruimhartiger’ ben om koeling via een warmtepomp vanaf dag één mogelijk te maken.”
Aandachtspunten zonwering
Niettemin begint voorkomen van oververhitting met het voorkomen van een te grote warmte-instraling, bijvoorbeeld door goede zonwering. Die kan bestaan uit bouwkundige voorzieningen zoals goede overstekken op het zuiden. Verspringende gevels doen hierin ook mee, mits binnen hetzelfde gebouw op hetzelfde perceel. Gevels van andere gebouwen hebben geen invloed omdat ze geen deel uitmaken van het gebouw zelf. Dat geldt dus ook voor naastgelegen grondgebonden woningen. Ook de invloed van bomen telt niet mee voor TOjuli.
Andere opties zijn de toepassing van architecturale of structurele zonwering, bestaande uit lamellen(frames), of de doekzonwering zoals screens, knikarmschermen en uitvalschermen. Met het oog op de TOjuli moeten deze dan wel al in het ontwerp zitten én in de bouw worden aangebracht. Bouwers en ontwerpers kunnen dat niet aan de bewoners zelf overlaten. Deze doekzonweringen tellen in de TOjuli -berekening alleen mee als ze van binnenuit bedienbaar zijn. Ook reflecterende binnenzonwering telt mee, mits deze bouwkundig is geïntegreerd.


Windvaste oplossingen
Leveranciers als Duco, Renson en Lenco/Verano zien de vraag momenteel enorm toenemen. Richard Geraerts, verkoopleider Nederland bij Duco voor doekzonwering: “Voor grote villa’s en voor utiliteit zie je dat architecten nadenken over architecturale zonwering, maar voor reguliere woningbouw valt de keuze toch vooral op doekzonwering.” Aandachtspunt voor goede (buiten)zonwering is de winddruk- en windvastheid. Maar leveranciers als Duco, Renson en Lenco/Verano werken vooral met screens met zogenaamde ritssluitingen. Die zijn juist ontwikkeld met het oog op de windvastheid. Geraerts: “Wij kunnen dat met al onze producten garanderen. Duco levert zelfs tot 6 meter breed, waarbij het doek nog heel strak zit.” Belangrijk is wel om bij de windvastheid van de zonwering ook de gevelbouwer te betrekken, want ook het kozijn moet dat wel kunnen hebben. Ten opzichte van andere doekzonweringen hebben screens het voordeel dat het zicht van binnen naar buiten behouden blijft, terwijl licht en warmte optimaal gereguleerd worden.
Mogelijkheden aansturing
Geraerts constateert dat architecten graag zo min mogelijk van de zonwering willen zien. “De kaders worden dan weggewerkt in de bouwkundige schil, zodat die niet te zien zijn. Er is dan alleen het doek te zien in gesloten toestand. Daarnaast willen architecten keuzemogelijkheden in kleuren en opdruk. En de sturing gaat steeds belangrijker worden.” Geraerts wijst wat dat betreft ook wel op discussie die er nog is over de BENG-eisen. “Laat je die sturing over aan de bewoner, of laat je de zonwering automatisch sluiten ruim voordat de zon opgaat? Als je alles goed dichthoudt, scheelt dat een aantal graden in de binnentemperatuur.”
Statische of beweegbare lamellen
Geraerts’ collega Edwin Pelkman is de man van de architecturale zonwering van Duco. “Dat is buitenzonwering op basis van aluminium of houten lamellen. Die kunnen zowel statisch als beweegbaar zijn. Beweegbaar kan zijn dat ze in hoek verdraaien of dat ze in een frame zitten dat weg kan schuiven als een luik.”
“Veel mensen denken dat een lamel schuin moet staan om de zon te weren. Maar dat is niet zo in de zomermaanden. Om de zon in de zomermaanden te weren en toch maximaal doordoorzicht en daglichttoetreding te houden, zetten we vaste lamellen haaks op het raamvlak. Daarbij is de onderlinge afstand gelijk aan de diepte van de lamel. Daarmee weer je de zon onder een invalshoek van 45 graden.”

Zomernachtventilatie
De beste oplossing vindt Pelkman de combinatie van zonwering met zomernachtventilatie. Duco levert die als zelfstandige eenheid genaamd Night-Vent of als SKG** voorzetrooster voor een draaikiepraam. “BENG stelt eisen aan een voorziening voor zomernachtventilatie. Die moet insectenwerend zijn en inbraakwerend en isolerend in gesloten toestand. Er moet een voorziening zo laag mogelijk in het gebouw zijn en één zo hoog mogelijk. Die laatste hoeft dan veelal niet inbraakwerend te zijn. Helaas schrijft BENG niet voor hoe veel ventilatie er nodig is, maar met een tool op onze site kan iedereen daar wel goed aan rekenen. En in onze BENGwijzer geven we tekst en uitleg bij de BENG-indicatoren en de TOjuli.” Ook Renson adviseert – en levert – een dergelijke combinatie. “Met een combinatie van dynamische buitenzonwering en passieve nachtkoeling is daarmee geen sprake van stroomverslindende en klimaatonvriendelijke actieve koeling zoals airco. Doekzonwering houdt de zon op de meest efficiënte manier tegen nog voor die het glas kan bereiken, én dankzij inbraakwerende raamroosters is het mogelijk om op een veilige manier de koelere nachtlucht binnen te laten om het binnenshuis te helpen afkoelen.”
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Bouwspecial BENG 2021.


Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.